In het spoor van de beursmeesters Benjamin Graham, Warren Buffett, Philip Fisher, Walter Schloss, Peter Lynch

Benjamin Graham wordt door veel beleggers beschouwd als de grondlegger van het waardebeleggen. Graham, geboren in 1894, publiceerde in 1934 het boek ‘Security Analysis’ en in 1949 het boek ‘The Intelligent Investor’. Vooral dat laatste werk wordt niet enkel beschouwd als een meesterwerk maar ook als dé bijbel voor beleggers. Zeer opmerkelijk is dat, hoewel het boek nu bijna zeventig jaar oud is, de principes vandaag de dag nog steeds perfect toepasbaar zijn op de beurs.

Alles is al gezegd

Graham was bovendien ook de leermeester van Warren Buffett, zowat de meest succesvolle belegger aller tijden. En gevraagd aan Buffett waarom hij zelf nooit een boek heeft geschreven over beleggen, was zijn antwoord steevast: “Alles is al gezegd. Lees The Intelligent Investor.” Uiteraard werd door de jaren heen waardebeleggen verder uitgewerkt en verfijnd door verschillende vooraanstaande beleggers en theoretici.

Owner's Earnings

Zelf laten we ons, bij de beoordeling van de parameter waardering, leiden door de koerswinstverhouding, de boekwaarde, de PEG-ratio (koers-winstverhouding afgezet tegenover groei) en het vrijekasstroomrendement. Omdat sommige (sub-) parameters belangrijker zijn dan andere (sub-)parameters, kennen we aan elk van die (sub-)parameters een gewicht toe. Zo wordt het grootste gewicht toegekend aan het vrijekasstroomrendement (free cash flow yield), een begrip waarnaar Buffett verwees als ‘Owner’s Earnings’. Het vrijekasstroomrendement gaat na hoeveel ‘overtollige’ cash een bedrijf elk jaar genereert. Die overtollige cash of free cash flow kan dan gebruikt worden om een duurzaam dividend uit te keren, schulden terug te betalen, eigen aandelen in te kopen, of te investeren in verdere groei van het bedrijf. Hoe hoger de free cash flow yield en hoe lager de koerswinstverhouding, hoe meer sterren een bedrijf zal toegekend krijgen op de parameter waardering.

Stabiliteit

Voor de parameter stabiliteit gaan we onder andere kijken naar de eigen middelen van de vennootschap (het eigen vermogen), de schulden, de rendabiliteit en de marges. Kort samengevat komt het er op neer dat hoe hoger de marges en winstgevendheid, en hoe lager de schulden, hoe solider een bedrijf is en hoe meer sterren het bedrijf toegekend zal krijgen op deze parameter. Onder andere meesterbelegger Walter Schloss hechtte daar veel belang aan. En met succes. Tussen 1956 en 1984 haalde Schloss een gemiddeld rendement van maar liefst 21,3 %!

Groei

Peter Lynch werd in 1977 aangesteld als fondsbeheerder van het Magellan Fund. Het fonds begon met een zeer bescheiden $ 18 miljoen maar groeide door uitzonderlijke beleggingsprestaties (en de daarop volgende instroom van beleggers) uit tot een fonds met $ 14 miljard onder beheer. Het fonds haalde tussen 1977 en 1990 een gemiddeld rendement van maar liefst 29,2 %. Het succes was in belangrijke mate te danken aan de investeringen in (relatief) kleinere groeibedrijven. Het zal sommigen misschien verwonderen, maar ook Warren Buffett houdt van groeibedrijven – zolang het maar tegen een betaalbare prijs is. Voor onze parameter groei kijken we naar zowel de historische als verwachte winst- en omzetgroei. Een aandeel dat vijf sterren krijgt op groei heeft dus niet enkel een degelijk trackrecord inzake groei, maar zal wellicht ook in de toekomst nog stevig doorgroeien.

Kwaliteit

Over waardebeleggingen, groei en Warren Buffett bestaan veel misvattingen. Veel beleggers gaan ervan uit dat Buffett vooral belang hecht aan de eerstgenoemde parameter, waardering. In het begin van zijn carrière was dat zeker zo. Maar al vrij snel hechtte Buffett meer belang aan kwaliteit – weliswaar tegen een betaalbare prijs. Het is niet voor niets dat zijn adagium als volgt luidt : “It’s far better to buy a wonderful company at a fair price, than a fair company at a wonderful price”. Met andere woorden, hij koopt liever een prachtige (kwalitatief hoogstaande) onderneming tegen een redelijke prijs, dan een middelmatige onderneming tegen een spotprijs. Ook dat principe heeft Buffett niet zelf uitgevonden, maar overgenomen van meesterbelegger Philip Fisher. Fisher schreef over dat onderwerp het bijzonder interessante boek ‘Common Stocks and Uncommon Profits’, waarin hij benadrukte dat uitzonderlijke vennootschappen over de lange termijn exceptionele returns konden voorleggen. De parameter kwaliteit is de enige in het rijtje die niet ‘berekend’ kan worden, maar vergt een (subjectieve) inschatting van de analist. Eenvoudig gesteld is een kwalitatief bedrijf een bedrijf dat zeer moeilijk te beconcurreren is en geleid wordt door een uitstekend managementteam. Dergelijk type bedrijven leidt doorgaans tot hoger dan gemiddelde beursreturns.

Conclusie

Talrijke succesvolle strategieën van beleggingsmeesters zijn geënt op een of meerdere van de parameters: waardering, stabiliteit, groei en kwaliteit. Om het u als belegger gemakkelijker te maken, hebben we op onze website voor al de bedrijven die we opvolgen en voor elk van voornoemde parameters een score gegeven, uitgedrukt in een aantal sterren. Op die manier kunt u, ongeacht of u nu een waardebelegger bent, meer in groeiaandelen geïnteresseerd bent of een andere strategie hanteert, gemakkelijker aandelen selecteren. Maar zoals Joel Greenblatt (auteur ‘The little book that beats the market’), James O’Shaughnessy (auteur ‘What works on Wall Street’) en talrijke andere topbeleggers al meermaals benadrukten: er zijn veel strategieën die werken op de beurs; het komt er op neer een strategie te kiezen en die consequent te volgen.