Financiële begrippen Een overzicht van de belangrijkste financiële begrippen

De boekwaarde

De boekwaarde (per aandeel uitgedrukt) is het eigen vermogen per aandeel (= het door de aandeelhouders gestorte kapitaal plus winst die in het bedrijf is geherinvesteerd en die dus nooit is uitgekeerd onder de vorm van een dividend) of nog, de waarde per aandeel van de activa (bezittingen) minus alle schulden (volgens de boekhouding). Een belegger mag in principe slechts een koers boven de boekwaarde betalen in de mate dat de rendabiliteit van het bedrijf dit verantwoordt. Voor zeer rendabele bedrijven (zoals bv. sommige bedrijven uit de voedings- en dranksector) ligt de koers doorgaans twee tot vijf keer hoger dan de boekwaarde, voor "gewone" bedrijven ligt dat cijfer meestal tussen één en twee.

Koers-winst(-verhouding)

Koers-winst(-verhouding) is de koers op het moment van het opmaken van de fiche (aangeduid als 'Koersbespreking') gedeeld door de verwachte winst per aandeel. Voor de voorgaande jaren is dit telkens de koers per 31 december van het desbetreffende jaar gedeeld door de winst van datzelfde jaar. Uit de evolutie van de koers-winstverhouding over de jaren heen kan de belegger meestal opmaken (voor bedrijven met een relatief stabiele winst) of het aandeel goedkoper of duurder geworden is.

Dividend per aandeel / dividendrendement

Dividend per aandeel / dividendrendement wordt uitgedrukt in brutotermen tenzij anders aangeduid. Het dividendrendement is het verwachte dividend gedeeld door de koers op het moment van de opmaak van de fiche (aangeduid als 'Koersbespreking'). Voor de voorgaande jaren is dat telkens het dividend van het desbetreffende jaar gedeeld door de koers op 31 december van datzelfde jaar.

(Operationele) Cash-flow

De hoeveelheid aan netto-cash dat het bedrijf over een bepaalde periode heeft binnengehaald. De (operationele) cash-flow is dikwijls groter dan de nettowinst, omdat men bij het bepalen van de nettowinst rekening houdt met kosten zoals afschrijvingen of waardeverminderingen op gebouwen - kosten die (althans in het huidige jaar) niet in cash zijn betaald. De cash-flow houdt enkel rekening met kosten (en opbrengsten) die cash zijn betaald.

Vrije cash-flow

Dit is de operationele cash-flow  minus de investeringen die de onderneming verricht om het bedrijf draaiende te houden. Een vervanging van een machine (wegens een defect of ouderdom), oftewel een vervangingsinvestering, wordt mee in rekening gebracht, een nieuwe machine die dient ter uitbreiding van de activiteiten, oftewel een uitbreidingsinvestering, dient niet in rekening te worden gebracht. De vrije cash flow kan naar goeddunken van het management 'vrij' besteed worden aan uitbreidingsinvesteringen, terugbetaling van schulden en/of het uitkeren van een dividend.

Holding - intrinsieke waarde (per aandeel) - décote (korting)

De intrinsieke waarde van een holding is de waarde van de onderliggende aandelen/participaties waarin de holding investeert. Dikwijls is de koers van een holding lager dan de intrinsieke waarde, zodat we van een korting (of décote) op de intrinsieke waarde spreken. Hoe hoger de korting (of décote), hoe interessanter voor de belegger.

Vereenvoudigde resultatenrekening

Omzet
- aankopen handelsgoederen
- verkoops-, algemene en administratieve kosten
EBITDAEBITDA-marge
- afschrijvingen en waardeverminderingen
EBIT, operationele of courante winstOperationele marge
- financieel resultaat
Resultaat voor belastingen
- belastingen
Geconsolideerde nettowinstNettowinstmarge
- belangen van derden
Nettowinst, deel van de groep


Omzet

Het geheel van de geleverde goederen over diensten van een bedrijf over de gegeven periode.

EBITDA of Earnings Before Interest, Taxes, Depreciations and Amortisations

Dit is de operationele winst vermeerderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen. Het is een veelgebruikt begrip in het analistenheir. De ratio geeft een idee van de winstgevendheid van een bedrijf, onafhankelijk van de balansstructuur, de afschrijvingspolitiek en de belastingsdruk. De ratio vergemakkelijkt sectorvergelijkingen over de grenzen heen. De afschrijvingspolitiek van een bedrijf is dikwijls gedreven door specifieke belastingsmaatregelen van een land. De hoogte van de rentebetalingen staat in functie van de hoogte van de schulden.

EBITDA-marge (in %)

Drukt de verhouding uit tussen de EBITDA en de omzet. Hoe hoger het percentage, des te winstgevender een onderneming is.

EBIT of Earnings Before Intrest and Taxes

Zie operationele winst

Courante winst

Zie operationele winst

Operationele winst

De operationele winst van een bedrijf is de winst voor de financiële kosten (bv. intresten op de uitstaande schuld) en de belastingen.

Afschrijvingen

Is het deel  van een investering - zie ook vaste activa - dat in de betrokken periode in de kosten mag opgenomen worden. Bij de aankoop van investeringsgoederen, die typisch langer dan een jaar gebruikt worden, laat de fiscale administratie niet toe dat de kost het eerste jaar integraal ten laste van het resultaat genomen wordt. Een hogere kost drukt immers de winsten en leidt, bijgevolg, tot lagere belastinginkomsten voor de overheid. Daarom mag een bedrijf jaarlijks slechts een deel van de kost inbrengen, de afschrijving genaamd.

Waardevermindering

Het gebeurt dat een investering sneller haar waarde verliest dan de toegestane afschrijvingsvoet. Dan moet de onderneming een bijkomende waardevermindering boeken. Bijvoorbeeld: een machine, die volgens plan, vijf jaar levensduur had, gaat stuk na drie jaar. Het niet-afgeschreven deel zal als waardevermindering geboekt worden.

EBIT-, courante of operationele marge

Drukt de verhouding uit tussen de courante winst en de omzet. Hoe hoger het percentage, des te winstgevender een onderneming is.

Nettowinst

De operationele winst verminderd/vermeerderd met het financiële resultaat en verminderd met de belastingen. Het is, met andere woorden, het deel van de omzet dat toekomt aan de aandeelhouders.

Nettowinstmarge

Drukt de verhouding uit tussen de nettowinst en de omzet. Hoe hoger het percentage, des te winstgevender een onderneming is.

Geconsolideerd - consolidatie

De samenvoeging van de resultaten (omzet, EBITDA, EBIT, nettowinst, balans en kasstromen) van de moedermaatschappij - de maatschappij bovenaan de keten - met die van haar dochterondernemingen. De consolidatie laat beleggers toe om een beter beeld te krijgen van de werkelijke winst- en geldstromen die de moedermaatschappij controleert. De resultatenrekening van de moedermaatschappij alleen geeft enkel een beeld van de door haar geleverde goederen en diensten en de dividenden die ze van de dochteronderneming ontvangt. De balans van de moedermaatschappij alleen geeft alleen de bezittingen - veelal aandelen in de dochtermaatschappijen - en schulden op het niveau van de onderneming. Een eventuele schuldenlast op niveau van de dochterondernemingen is niet zichtbaar. Vandaar de verplichting om de boekhoudingen van alle ondernemingen die de moedermaatschappij controleert samen te voegen.

Belangen van derden

Van ondernemingen waarover de moedermaatschappij controle heeft, maar waarin ze bijvoorbeeld maar 80% van de aandelen aanhoudt, neemt de consolidatie de volledige resultaten in rekening. Het aandeel van de winsten dat voortvloeit uit de 20% die de moedermaatschappij niet bezit worden in de resultaten van de groepswinst afgetrokken via de 'belangen van derden'. In de balans staat het deel van het kapitaal dat niet in bezit is eveneens onder 'belangen van derden', langs de passiefzijde van de balans, tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen.

Vereenvoudigde balans

 ACTIVA PASSIVA
 Vaste activa Eigen vermogen
 Goodwill Kapitaal
 Immateriële vaste activa  Reserves
 Materiële vaste activa Belangen van derden
 Vlottende activa Vreemd vermogen
 Klanten Provisies
 Voorraden Langetermijnschulden 
 Geldmiddelen Kortetermijnschulden

 Leveranciers

 Belastingen
 BALANSTOTAAL BALANSTOTAAL


Balans

Het geheel van bezittingen (activa) en schulden (passiva) van een onderneming op een bepaald moment. De activa staan, volgens conventie, altijd links op de balans, de passiva rechts. Het totaal van de activa is altijd gelijk aan het totaal van de passiva.

Activa of het actief

Geeft het geheel van de bezittingen van een onderneming weer. De activa vallen uiteen in twee grote groepen: vaste activa en vlottende activa.

Vaste activa

Dit zijn activa die een levensduur hebben van meer dan een jaar. Het zijn investeringen die bedoeld zijn om een rendement voor de onderneming te creëren. Bij de aankoop van investeringsgoederen, die typisch langer dan een jaar gebruikt worden, laat de fiscale administratie niet toe dat de kost het eerste jaar integraal ten laste van het resultaat genomen wordt. Daarom komen deze activa op de balans onder de vaste activa. Afhankelijk van de levensduur van deze activa, schrijft de onderneming jaarlijks een bepaald gedeelte af. Zie ook afschrijvingen. De vaste activa vallen uiteen in goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa.

Goodwill

Komt op de balans via de consolidatie van een overgenomen onderneming. De balans van de overgenomen onderneming wordt samengevoegd met die van de moedermaatschappij. Wanneer de overnameprijs de waarde van de gekochte activa overschrijdt, dan betaalt de overnemer een goodwill, die onder deze vorm op de balans verschijnt. Op de goodwill worden er geen regelmatige afschrijvingen geboekt. Wel toetst het bedrijf in kwestie jaarlijks of de waarde van de overgenomen onderneming nog overeenstemt met de waarde die weergegeven is op de balans. Als blijkt dat de overnemer te veel betaalde, dan moeten er waardeverminderingen genomen worden.

Immateriële vaste activa

Zoals het woord het aangeeft, gaat het om niet-materiële zaken zoals octrooien, patenten, concessies, merken, onderzoeks- en ontwikkelingskosten. De activa worden jaarlijks afgeschreven.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa omvatten de investeringsgoederen van de onderneming. Vermits ze meerdere jaren gebruikt worden, worden ze op de balans langs de activazijde bijgeschreven. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen, voertuigen, machines en computers. De activa worden, op gronden na, jaarlijks afgeschreven.

Vlottende activa

Vlottende activa zijn activa die, naar hun aard, snel door de onderneming bewegen. De voornaamste vlottend activa zijn de voorraden, de klantentegoeden en de cashgelden.

Voorraden

Voorraden inclusief de onafgewerkte en half afgewerkte, zijn de goederen die nog niet verkocht zijn.

Klantentegoeden

Klantentegoeden omvatten de gefactureerde bedragen die nog niet betaald zijn door de klant.

Cashgelden en geldbeleggingen

Cashgelden en geldbeleggingen omvatten alle liquide middelen van de onderneming zoals cashgelden, termijnrekeningen, kortetermijnbeleggingen.

Balanstotaal

De balanstotaal is het totaal van alle activa, dat precies gelijk is aan het totaal van alle passiva

Passiva of het passief

Passiva of het passief omvat het geheel van alle verbintenissen van de onderneming. De passiva vallen uiteeen in twee grote groepen: het eigen vermogen en het vreemd vermogen.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is het geheel van middelen die de aandeelhouders voor lange termijn aan de vennootschap ter beschikking stellen. Het valt uiteen in het eigenlijke kapitaal, de reserves en provisies.

Kapitaal

Het kapitaal vertegenwoordigt de tegenwaarde van de door de vennoten ingebrachte middelen. De essentie van een vennootschap is dat het vermogen via aandelen kan verdeeld worden onder verschillende natuurlijke of rechtspersonen.

Aandeel

Een aandeel is een deel van het eigen vermogen van een vennootschap.

Reserves

Een winstgevende onderneming kan (een deel van) de winst in de vennootschap houden. De niet-uitgekeerde winst komt dan bij de reserves.

Provisies

Wanneer het management van een vennootschap belangrijke uitgaven voorziet in de komende jaren, dan kan het besluiten om alvast wat middelen opzij te zetten. Provisies kunnen aangelegd worden om een hele reeks redenen: gerechtelijke geschillen, herstructureringskosten, ...

Vreemd vermogen

Het geheel van middelen, schulden genaamd, die de vennootschap ter beschikking heeft via andere bronnen dan de eigen aandeelhouders.

Schulden op langer dan een jaar

Vreemd vermogen dat de vennootschap langer dan een jaar ter beschikking heeft. Het kan gaan om bankkredieten, hypotheken of obligaties, uitgegeven door de onderneming.

Schulden op minder dan een jaar

Schulden die op korte termijn opvraagbaar zijn. Het kan gaan om het gedeelte van de schulden op lange termijn dat de komende 12 maanden terugbetaalbaar is, belastingschulden, achterstallige lonen, schulden aan de sociale zekerheid of leveranciers.

Solvabiliteit

De procentuele verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Hoe hoger de score, hoe veiliger het bedrijf in kwestie. De meeste beursgenoteerde bedrijven halen tussen 30% en 50% solvabiliteit.

Liquiditeit

De verhouding tussen het kortetermijnactief en het kortetermijnpassief. Een cijfer hoger dan 1 geeft aan dat een onderneming op korte termijn meer geld tegoed heeft dan ze moet betalen. Is het cijfer lager dan 1, dan moet de onderneming op zoek naar nieuwe middelen om zijn schuldeisers tijdig te betalen of aan hen uistel van betaling vragen.

Index

De index bestaat uit een korf van producten, aandelen, obligaties, grondstoffen, ... waarvan de waarde wordt omgezet in één cijfer. Op die manier krijgt men een goed beeld van de evolutie van bijvoorbeeld de consumptieprijzen (index der consumptieprijzen, meestal uitgedrukt in procent tegenover de vorige maand of het vorige jaar) of van de evolutie van sentiment op de aandelenmarkt (voorbeelden: Bel-20, die de evolutie van de voornaamste in België genoteerde aandelen weergeeft, AEX, Nederlandse aandelen, Eurostoxx-50 en Bloomberg-500 voor Europese aandelen en de Dow Jones Industrial Index en de S&P-500 voor Amerikaanse aandelen). Er bestaan ook obligatie- en grondstoffenindexen.

Beleggingsinstrumenten

Via de website www.wikifin.be geeft de Belgische overheid een overzicht van de belangrijkste beleggingsinstrumenten.