Trump verlengt tijdperk (ultra)lage rente

De voorbije jaren werden gekenmerkt door lage rentes wereldwijd. De belangrijkste oorzaak daarvan was de reactie van de centrale banken op de financiële crisis van 2008-2009.

Trump 675 x 450

Lage rente door Quantitative Easing (QE)

Centrale banken verlaagden hun kotertermijnrentevoeten tot bodemniveaus in een poging de economie terug aan te zwengelen. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), ging nog een stap verder en startte in januari 2009 als eerste een programma van Quantitative Easing (QE) of ‘kwantitatieve versoepeling’, waarbij het verschillende soorten obligaties massaal opkocht om de langetermijnrente verder te drukken. Zo kwamen er tussen 2009 en 2014 drie programma’s QE waarbij in totaal voor ongeveer $ 3.500 miljard obligaties werden opgekocht. In de loop der jaren volgden verschillende andere centrale banken het Amerikaanse voorbeeld waardoor de rentevoeten wereldwijd tot (heel) lage niveaus werden gereduceerd. In Europa ging de Europese Centrale Bank (ECB) pas in 2013 van start met haar QE. Dat programma liep tot eind 2018 en in die periode kocht de ECB maar liefst voor € 2.600 miljard obligaties op, waardoor ook in Europa de rentevoeten daalden naar zeer lage en soms zelfs negatieve niveaus.

Normalisering renteniveaus ingezet door de Fed

De VS startte als eerste met QE, maar ze was ook de eerste om ermee te stoppen: het laatste programma eindigde al in oktober 2014. De programma’s hadden hun werk gedaan en de Amerikaanse economie draaide goed, waardoor er niet veel later al nagedacht werd over hoe de rente opnieuw ‘genormaliseerd’ kon worden. In december 2015 volgde een eerste renteverhoging, en een jaar later een tweede, telkens van 0,25 %. In 2017 en 2018 volgden nog zeven extra renteverhogingen, en voorzitter Powell van de Fed gaf in het najaar van 2018 aan dat hij ook in 2019 nog 2 extra renteverhogingen plande, waardoor de kortetermijnrente tegen eind 2019 opnieuw op 3% zou uitkomen. In navolging van de VS, begon ook Europa voorzichtig aan een normalisering, en werd het QE-programma in 2017-2018 langzaam afgebouwd. Als gevolg daarvan begonnen ook in Europa de langetermijnrentevoeten, die in 2016 een dieptepunt hadden bereikt, langzaam te stijgen en leek het tijdperk van lage en negatieve rentevoeten definitief voorbij.

Trump niet akkoord

De verschillende renteverhogingen in de VS begonnen in het najaar van 2018 stilaan een effect op de economie en de aandelenmarkt te hebben: door duurdere leningen daalde de bouwactiviteit en ook investeringen van bedrijven vertraagden door de hogere rentevoeten. Door de hogere rentevoeten – en het vooruitzicht op een nog hogere rente in 2019 – werden obligaties opnieuw meer een alternatief voor aandelen. Dat alles samen zorgde voor nervositeit op de aandelenmarkten, die in het laatste kwartaal van 2018 fors daalden. De dalende aandelenmarkten en vertragende economie waren een doorn in het oog van president Trump, die graag (en vaak) verkondigde dat zijn ‘America First’-beleid zorgde voor een sterke economie en stijgende beurzen. Hij bekritiseerde de Federal Reserve dan ook regelmatig vorig jaar, en stelde dat hun renteverhogingen schadelijk waren voor de economie.

De president drong er ook meermaals op aan om te stoppen met het verhogen van de rente, en raadde de Fed zelfs aan om de rente opnieuw te verlagen om zo de economie nog een extra boost te geven. Trump vergat daarbij dat ook zijn dreigende taal tegenover China en Europa zorgde voor onzekerheid en zo onrechtstreeks waarschijnlijk een even grote factor was voor de vertragende groei en de nervositeit op de beurzen.

In theorie is de Federal Reserve onafhankelijk en mag een president zich niet mengen in haar beleid, maar de kritiek van Trump had uiteindelijk toch effect: in maart van dit jaar kondigde voorzitter Powell aan dat hij, omwille van de toenemende economische onzekerheid, geen renteverhogingen verwacht door te voeren in 2019. Verschillende leden van de centrale bank hebben in de weken nadien ook al aangegeven dat als de vooruitzichten de komende maanden zouden verslechteren, een renteverlaging een realistische optie is. Met die bocht van 180 graden wordt abrupt een einde gemaakt aan de normalisering van het rentebeleid van de voorbije twee jaar. In navolging van de VS ging ook de ECB in Europa op de rem staan, en kondigde ze begin juni aan dat er minstens tot de zomer van 2020 geen renteverhogingen moeten worden verwacht omwille van de verzwakkende groei. Ook daar gaf voorzitter Draghi aan dat als de economische toestand verder verzwakt, een renteverlaging of een nieuwe ronde QE mogelijk was.

Conclusie: lage rente nog niet weg

De belangrijkste centrale banken hebben de voorbije maanden een belangrijke koerswijziging gemaakt en lijken niet van plan om de rentetarieven in 2019 of 2020 nog te verhogen. Het tegenovergestelde, rentedalingen, lijkt zelfs opnieuw een realistische optie. Dat betekent dat het tijdperk van ultralage rentevoeten van de voorbije jaren – dat op zijn laatste benen leek te lopen – nog een tijdje zal voortduren. Hogere rentevoeten op spaarboekjes of obligaties gaan we dan ook waarschijnlijk ten vroegste in 2021 zien, en mogelijk pas later.

Trump verlengt tijdperk (ultra)lage rente - Ons Magazine

Het artikel 'Trump verlengt tijdperk (ultra)lage rente' werd door onze analist Geert Campaert geschreven en verscheen in ons magazine 'Kasteelpleinstreet Journal' - Juli 2019.

Benieuwd naar de andere artikels of wenst u het magazine elk kwartaal te ontvangen?

Hier kan u het volledige magazine digitaal bekijken en erop inschrijven.